Background photo
 
 

Over de Slachtedyk

De Slachtedyk, de slaperdijk van de oude Friese Middelsee, is door verscheidene karaktertrekken vertelzaam.De slaperdijk heeft als aaneengesloten complex een kleine 500 jaar bestaan, maar de stukken dijk zijn veel eerder aangelegd. De dijkvakken vormden toen echter nog geen eenheid in beheer.
De oudste datering gaat terug naar maar liefst ruim voor het jaar 1000. De jongste delen zijn omstreeks 1200 aangelegd. Een heel oud deel ligt om de west- en zuidzijde van de polder van Easterein, een van de eerst bedijkte gebieden van Friesland. Hierop aansluitend is het bochtigste gedeelte van de Slachte te vinden, tussen Lytsewierrum en Boazum.
Helemaal aan de andere kant, de eerste kilometers achter de waaddyk, liggen de meest rechte stukken. De dijk is niet overal even hoog en het profiel wisselt ook vaak. Soms is een onderwal voor de dijk te zien, maar meestal wordt hij aan beide kanten begeleid door slootjes. Hier en daar ligt er zomaar een halfronde bocht in, waarna het verloop van de dijk weer verder gaat. Het laatste wijst op een plaats van een oude dijkdoorbraak, een wiel waarbij de reparatie om het stroomgat is gelegd. Meestal heeft het levendige, bochtige traject van de dijk te maken met enerzijds de middeleeuwse landschappelijke situatie van hoogten en laagten, slinken en prielen, anderzijds zullen ook eigendomsrechten in die tijd invloed gehad hebben. De dijkbouwers zochten vanzelfsprekend hoge stukken grond of het liefst hoogopgestuwde kantwallen op om met een basishoogte te kunnen beginnen, maar de grondbezitters moesten dit ook toestaan.

Onderhoud van de Slachtedyk 
Tot een aantal jaren geleden werd de Slachtedyk onderhouden als slaperdijk. Het monumentale dijkcomplex is, na het op deltahoogte brengen van de zeedijken, niet meer nodig als extra barrière in het land bij extreem weer. Wetterskip Fryslân heeft in de zomer van 2000 het eigendom en beheer van de dijk overgedragen aan het Fryske Gea, de Friese natuurbeschermingsorganisatie. De Slachtedyk wordt voor het grootste gedeelte gebruikt door het lokale verkeer en daarvoor zijn de gemeenten Franekeradeel, Littenseradiel en Boarnsterhim verantwoordelijk. Als dijk kan de Slachte niet zomaar aan de krachten van de tijd overgelaten worden. Het besef groeit dat deze oude Slachte als monument van de waterstaat en als cultuurhistorisch monument gerespecteerd moet worden.

De Slachte vertelt
De dijk is door verscheidene karaktertrekken vertelzaam. Dijkhuizen met houten blokschuren – er zijn er nog een stuk of tien – vertellen over het onderhoud en het vruchtgebruik van de bermen. De zijlen, sluisbruggen waarvan de openingen met balken dichtgezet konden worden, vertellen dramatische verhalen over overstromingen, dijkdoorbraken en stormen. De zijlen vertellen ook over de gezonde agrarische economie van het Friese land, waarvan de producten, vooral vee, boter en kaas, over de waterwegen hun weg naar de markten en waaggebouwen moesten vinden om afgezet te kunnen worden in allerlei gewesten van Nederland en daarbuiten. Elk dorp was over een dicht net van waterwegen te bereiken. Daarom wordt de Slachte op maar liefst tien plaatsen doorbroken door zo’n zijl. Juist bij die zijlen is te ervaren dat het water zowel een vijand als een vriend van de Friezen was. Omdat de dijk om de dorpsgebieden heen gelegd is, liggen er haast geen dorpen op of aan de dijk. Achlum is het enige dorp direct aan de Slachte. Ook Reahûs ligt aan de dijk, maar is een hele jonge nederzetting. Oosterwierum ligt oorspronkelijk dieper het land in, maar het dorp is in de 17e en 18e eeuw aan de wandel gegaan, in de richting van de Slachte waaraan het dorp nu ligt.